Wortschatz 3-4 - Restaurant

Leer de woordenschat door steeds op START te klikken. Ken je een zin / woordje echt goed, verwijder het dan uit de lijst door op LÖSCHEN te klikken.
kaas2.gifder Käse
aardbei.gifdie Erdbeere / die Erdbeeren
appel.gifder Apfel / Die Äpfel
peperenzout.gifPfeffer und Salz
fruit.gifdas Obst
friet.gifPommes
ham.gifder Schinken
mosterd.gifder Senf
water.jpgdas Wasser
stuk taart.jpgein Stück Kuchen
witte wijn.gifder Weißwein
worst.gifdie Wurst / die Würste
groente.jpgdas Gemüse
melk.jpgdie Milch
suiker.jpgder Zucker
vis.gifder Fisch / die Fische
aardappel.gifdie Kartoffel / die Kartoffeln
slagroom.jpgdie Sahne
Soep.jpgdie Suppe / die Suppen
ui.jpgdie Zwiebel / die Zwiebeln
vlees.jpgdas Fleisch
sneetje.jpgeine Scheibe Brot
rauwroh
versfrisch
zacht < > taaizart < > zäh
koud < > warm, heetkalt < > warm, heiß
scherp < . mildscharf < > mild
zoet < > zuursüß < > sauer
kokenkochen
snijdenschneiden