Bij het schrijven van brieven zul je steeds het probleem "DASS" of "DAS" tegenkomen. Bij het spreken maakt het gelukkig niets uit, maar bij het schrijven moet het foutloos. Daarom komt hier eerst de uitleg en dan een kleine oefening. SUCCES!!!

 

UITLEG

Het woordje "das" of "dass" is in het Nederlands te vertalen met "dat". Als het woordje ergens bij hoort, dan is het "das" en als het nergens bij hoort, maar alleen de hoofdzin en de bijzin aan elkaar plakt, dan is het "dass". Een handig hulpmiddel is: als het woordje te vervangen is door "het", dan schrijf je "das"!

Voorbeelden:

 

  1. Das Haus, das er gestern gekauft hat, ist sehr schön.                                     

(Het 2de woordje "das" hoort bij "das Haus" en wordt dus met 1 -s geschreven / je kunt ook zeggen "hij heeft het gisteren gekocht").

 

  1. Das habe ich nie gesagt!                                                                                                 

(Het  woordje "das" slaat terug op iets, dat je gezegd zou hebben en wordt dus met 1 -s geschreven / je kunt ook zeggen "ik heb het nooit gezegd").

 

  1. Er hat mir gesagt, dass er nicht kommen kann.

(Het  woordje "dass" hoort nu nergens bij en verbindt alleen maar de hoofdzin met de bijzin en wordt dus met dubbele -s geschreven / je kunt niet zeggen "hij kan het niet komen").

Na deze korte uitleg kun je naar de oefening, waar je bij foute antwoorden ook nog uitleg krijgt!

VIEL ERFOLG!                                        

OEFENING DASS-DAS